Iedereen mag er zijn
Niet iedereen past in een ‘standaard hokje’. Wat kinderen nú leren over verschillen, bepaalt hoe ze er láter mee omgaan. Daarom is het belangrijk kinderen ook te leren over diversiteit en om respect te hebben voor onderlinge verschillen, want al deze verschillen doen ertoe. Op latere leeftijd leren ze ook dat het kan verschillen tot wie iemand zich seksueel voelt aangetrokken. Daarbij speelt de culturele achtergrond, religie, huidskleur en iemands sociaaleconomische situatie een rol. Er zijn veel verschillen en iedereen mag er zijn.
Een begrip dat vaak terugkomt als we praten over diversiteit is lhbti+. Hieronder een aantal veelgebruikte woorden en afkortingen, die je kunt bespreken met je kind:
Sekse (of geslacht): aan de hand van uiterlijke geslachtskenmerken krijgen de meeste baby’s sekse vrouw of sekse man toegekend. Sommige baby’s krijgen sekse o toegekend van onbekend of onbepaald.
Intersekse (I): verwijst naar de ervaringen van personen die geboren zijn met een lichaam dat niet past in bestaande ideeën over vrouwen of mannen. Bijvoorbeeld dat je als vrouw geboren bent met mannelijke chromosomen. 1 op de 90 mensen is intersekse.
Gender: bestaat uit genderidentiteit (wie je bent), en genderexpressie (hoe je je uit). In een maatschappij bestaan vaak uitgesproken ideeën over hoe je je als vrouw of man hoort te gedragen, dat noemen we gendernormen. Gendernormen zijn afhankelijk van tijd en plaats.
Genderidentiteit: genderidentiteit gaat over wie je bent. Over het eigen gevoel een vrouw, een man, non-binair of iemand anders te zijn.
Transgender (T): betekent dat je genderidentiteit anders is dan de sekse die je bij geboorte hebt meegekregen. Dus iemand die bijvoorbeeld als vrouw geboren is, maar zich een man voelt.
Non-binair: dit kan betekenen dat iemand zich zowel man als vrouw voelt, ergens daartussenin of helemaal niks heeft met deze hokjes.
Cisgender: als de sekse die je bij geboorte hebt meegekregen overeenkomt met je genderidentiteit. Een cis vrouw is dus als vrouw geboren en voelt zich ook een vrouw. De meeste mensen zijn cisgender.
Genderexpressie: gaat over wat of hoe je doet. Bijvoorbeeld hoe je je gedraagt, kleedt of beweegt. Iedereen heeft vrouwelijke kanten en mannelijke kanten. Het is niet altijd makkelijk om al je kanten te laten zien omdat in de maatschappij vaak anders geoordeeld wordt over vrouwen en mannen bij hetzelfde gedrag.
Seksuele oriëntatie: gaat over op wie je verliefd wordt en tot wie je je aangetrokken voelt. Dit staat los van sekse of gender.
Lesbisch (L): een vrouw die op meiden of vrouwen valt.
Homo (H): een man die op jongens of mannen valt.
Bi (B): iemand die zich aangetrokken voelt tot zowel vrouwen als mannen.
Queer (Q): iemand die zichzelf niet vindt passen in hokjes als homo, hetero, bi, man of vrouw of die deze hokjes liever niet gebruikt. Soms wordt de Q ook wel gebruikt voor questioning, wat betekent dat je (nog) niet precies weet wie je bent en/of wat je seksuele oriëntatie is.
Het plusje (+): laat zien dat er ruimte moet zijn voor iedereen, ook voor mensen die zich niet herkennen in een van de letters. Zoals aseksueel, wanneer iemand geen of heel weinig seksuele aantrekking voelt tot andere personen, of panseksueel, wanneer iemand zich seksueel aangetrokken kan voelen tot ieder gender.

16% van de lhbti+ leerlingen wordt wekelijks gepest.
Dat is 4 keer vaker dan heteroseksuele en cis leerlingen.
Elk kind hoort erbij
Aandacht voor diversiteit is nódig. Een kind wordt niet lhbti+ door erover te praten of te leren. Meer kennis en een positieve houding tegenover diversiteit geeft kinderen:
- een sterkere onderlinge (sociale) verbinding
- de vrijheid om te zijn wie ze (willen) zijn
- een inclusief en tolerant (school)klimaat waar alle verschillen worden gewaardeerd en geaccepteerd
- een veiligere omgeving met minder pestgedrag en geweld
Tips over hoe je met je kind in gesprek kunt over diversiteit? Lees hier verder.
Voorbeeldsituaties van ouders
Wat is ‘normaal’ en wat niet? En hoe kan ik hierop reageren? Sommige ouders vragen zich af hoe het beste om te gaan met (twijfels over) seksuele oriëntatie en gender van hun kind. Daarom enkele voorbeelden.